De veelzijdige levendbarende klassieker
De molly is al generaties lang een vaste waarde in het gemeenschapsaquarium. Hij is er in talloze kleurvarianten — zwart, wit, oranje, dalmatier en combinaties — en in kortstaartige en zeilvintypes (sail-fin). Wat alle mollies gemeen hebben: ze zijn levendbarend, robuust en eenvoudig te houden in een basische, harde wateromgeving.
Anders dan de guppy en platy, die een breed pH-bereik verdragen, gedijt de molly het beste in harder en licht basisch water. Dat maakt hem een uitstekende keuze voor hobbyisten met harde kraanwater, maar minder geschikt voor combinaties met zacht-watersoorten.
Water: hard en basisch
De molly stamt uit brak kustrivieren en mangrovegebieden. Dat verklaart zijn voorkeur voor hard, alkalisch water:
- pH 7.5–8.2 — dit is het ideale bereik; pH onder 7 veroorzaakt langdurige stress.
- GH 12–20 — hard water is essentieel; in zacht water zijn mollies gevoeliger voor ziekten.
- Temperatuur 25–27 °C — warm, maar niet extreem.
Nederlands kraanwater is in de meeste regio’s uitstekend geschikt voor mollies zonder enige aanpassing.
Voortplanting: levendbarend en productief
Mollies zijn levendbarende vissen: het vrouwtje brengt 20–80 levende jongen per worp ter wereld, om de 4–8 weken. De jongen zijn direct zelfstandig maar worden snel opgegeten als er geen schuilplaatsen zijn. Dicht beplante bakken (Vallisneria, Java-mos) of zwembakjes bieden bescherming.
Houd 2–3 vrouwtjes per mannetje — mannetjes achtervolgen anders één vrouwtje constant, wat tot stress en uitputting leidt.
Voeding
Mollies zijn overwegend herbivoor:
- Vlokkenvoer met spirulina — ideale basisdiet.
- Algenwafers — worden enthousiast opgegeten.
- Gekookte courgette of spinazie — uitstekende aanvulling.
- Artemia — als eiwitsupplement, niet als basisvoer.
Geef 2–3 keer per dag kleine hoeveelheden. Mollies die onvoldoende plantaardig voer krijgen, vreten aan weeke waterplanten.