Welke waterwaardes moet je testen?
Een complete watertest voor zoetwater bestaat uit zes parameters die elk een eigen rol spelen. Drie statische waardes (pH, GH, KH) beschrijven het type water en veranderen langzaam. Drie dynamische waardes (NO₃, NO₂, NH₃) zijn afval-indicatoren die snel reageren op overbezetting, overvoer of een verstoord filter.
| Parameter | Wat is het? | Normaal bereik | Hoe vaak meten? |
|---|---|---|---|
| pH | Zuurgraad water | 6,5 – 7,8 | Maandelijks |
| GH | Totale hardheid (Ca + Mg) | 5 – 15 °dGH | Bij waterwissel |
| KH | Carbonaathardheid (buffer) | 4 – 10 °dKH | Maandelijks |
| NO₃ | Nitraat (eindafval) | < 25 mg/L | Wekelijks |
| NO₂ | Nitriet (tussenafval) | 0 mg/L | Bij twijfel |
| NH₃ | Ammoniak (giftig) | 0 mg/L | Bij twijfel |
Een goede gewoonte: elke week NO₃ testen, één keer per maand de hele set. Druppeltests (JBL, Tetra, Sera) zijn nauwkeuriger dan strookjes — strookjes zijn handig voor snel checken maar geven vaak een verkeerd beeld bij lage waardes (NO₃ onder 10 mg/L).
Wat is pH en hoe stel je het bij?
pH meet of het water zuur (laag, 0-6,9) of basisch (hoog, 7,1-14) is. Een waarde van 7,0 is neutraal. De meeste zoetwatervissen tolereren pH 6,5 tot 7,8. Belangrijker dan het exacte cijfer is dat pH stabiel is — schommelingen van 0,5+ in een dag zijn stressvoller dan een constant afwijkende waarde.
Te hoge pH (boven 8) komt voor bij:
- Kalkrijke bodem (zand, koraalbroek)
- Bepaalde stenen (kalksteen, dolomiet)
- Water uit Nederland zonder verzuring
Te lage pH (onder 6,5) komt voor bij:
- Veel kienhout (geeft humuszuren af)
- Catappa-blad (Indian Almond)
- CO₂-injectie
Wat is het verschil tussen GH en KH?
Veel verwarring tussen deze twee. Heel kort:
GH (general hardness) meet hoeveel calcium- en magnesiumionen er in het water zitten. Hoge GH = "hard water" met veel mineralen, populair bij cichliden uit Afrikaanse meren en bij garnalen die calcium nodig hebben voor hun pantser. Lage GH = "zacht water" zoals in Amazone-rivieren, populair bij tetra's en discus.
KH (carbonaathardheid) meet de hoeveelheid bicarbonaten (HCO₃⁻). KH is een buffer: het houdt pH stabiel. Lage KH (onder 2) → pH kan plotseling kelderen. Hoge KH (boven 10) → pH staat onder druk omhoog. KH is meestal belangrijker dan pH op zich.
Wat doe je bij hoge NO₃, NO₂ of NH₃?
De drie stikstofwaarden vormen een keten: NH₃ → NO₂ → NO₃. In een gerijpt aquarium zijn de eerste twee altijd 0 omdat bacteriën ze direct omzetten. Bij oplopen heb je een probleem.
- NH₃ > 0,02 mg/L — direct waterwissel (50%), beperk voeren, check filter. Levensgevaarlijk voor vissen.
- NO₂ > 0,2 mg/L — waterwissel + tijdelijk zout toevoegen (1 g/L) voor osmotische bescherming. Filter cyclen mogelijk verstoord.
- NO₃ > 50 mg/L — meerdere grote waterwissels (40% per dag, 3 dagen). Daarna structureel: minder voeren, meer planten, beter filter.