De vis met het zwaard
De zwaarddraagster dankt zijn naam aan het opvallende verlengde zwaard dat mannetjes op de onderste rand van de staartvin dragen. Het is geen verdedigingswapen maar een seksueel ornament: hoe langer en symmetrischer het zwaard, hoe aantrekkelijker het mannetje voor vrouwtjes. In een goed verlichte bak met donkere achtergrond is een volwassen mannetje een indrukwekkende verschijning.
Er zijn tientallen kweekvormen: klassiek groen met rode horizontale streep, volledig rood, oranje, ananaskleurig en albino. Alle varianten hebben dezelfde verzorgingseisen.
Maat en ruimte
De zwaarddraagster is groter dan guppy of platy — volwassen mannetjes met zwaard halen gemakkelijk 10–12 cm. Een bak van 80 liter is het minimum; 100–120 liter biedt meer comfort en ruimte voor meerdere vrouwtjes. Ze zijn actieve zwemmers die de volledige lengte van de bak gebruiken.
Beplanting aan de zijkanten en achterwand met open ruimte in het midden is ideaal.
Wateromstandigheden
Zwaarddraagsters zijn flexibel maar verkiezen:
- pH 7.2–7.8 — neutraal tot licht basisch.
- GH 10–16 — middelhard tot hard.
- Temperatuur 23–26 °C — aanmerkelijk koeler dan tropische soorten; te warm water verkort de levensduur.
Nederlands kraanwater (vaak GH 8–15 afhankelijk van regio) is in de meeste gevallen direct bruikbaar.
Voortplanting
Net als molly en platy zijn zwaarddraagsters levendbarend. Een drachtig vrouwtje werpt elke 4–6 weken 20–80 jongen. De jongen zijn direct mobiel maar worden in een gemeenschapsbak vrijwel altijd opgegeten zonder schuilplaatsen. Dicht Java-mos of een drijvende plant zoals Salvinia geeft de jongen een kans.
Voeding
Omnivoor zonder bijzondere eisen:
- Vlokkenvoer — prima als basis.
- Artemia en muggenlarven — verrijkt het dieet.
- Spirulina-vlokken of algentabletten — aanvulling voor de plantaardige component.
Voer 2 keer per dag; overvoeding veroorzaakt waterverontreiniging in een harde wateromgeving.